Witte Kwikstaart herkennen
Hoe ik eruitzie
De Witte Kwikstaart heeft een zwart en wit hoofd.
Haar rug is grijs.
De buik is wit. Ze heeft een zwarte bef op de borst.
Ze heeft een lange zwarte en witte staart.
Bij de juvenielen zijn de kleuren minder opvallend.
Ze is iets groter dan een mus.
Mijn zang, mijn roepen
Het zang van de Witte Kwikstaart is schurend en eentonig.
Ze maakt ook scherpe geluiden "tsi-lip".
Hoe ik me gedraag
Ze is vaak te vinden bij natte plekken en waterlopen op zoek naar voedsel.
Haar loopje is schokkerig.
Ze beweegt constant haar lange staart.
Ze heeft een golvende vlucht, een beetje zoals een libel.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Witte Kwikstaart loopt van april tot augustus.
Ze heeft 2 tot 3 legsels per jaar van 5 tot 6 lichtgrijze eieren met lichtbruine vlekjes.
Haar nest is een kom van twijgen, gras en bladeren in holtes.
In de tuin nestelt ze in muurgaten, oude zwaluwnesten, houtstapels.
Ze kan ook in open nestkasten gaan.
Wat ik eet
Ze eet kleine vliegen en andere vliegende insecten die ze vindt bij de waterlopen.
Waar je me kunt vinden
Ze leeft bij waterlopen en natte plekken.
Je vindt haar ook in de velden.
En zelfs in de stad.
De Witte Kwikstaart is een standvogel of een kort-afstandstrekker.
Ze overwintert rond de Middellandse Zee en komt al in maart terug.