Ransuil herkennen
Hoe ik eruitzie
De ransuil is een nachtelijke roofvogel van de grootte van een kraai.
Zijn verenkleed is zeer gevlekt met tinten van bruin, rood, wit...
Hij gaat gemakkelijk op in de boomschors.
Zijn ogen zijn oranje.
Zijn snavel is gehaakt.
Hij heeft twee lange "oorpluimen", de pluimoren...
die eigenlijk geen rol spelen bij het horen. De echte oren zijn onzichtbaar aan de zijkanten van het hoofd.
De grote gezichtsstraal, gevormd door stijve veren, helpt om geluiden te versterken.
Mijn zang, mijn roepen
De ransuil heeft een baltsroep die vanaf februari te horen is.
Het mannetje herhaalt dan een doffe "hoûu", een zeer regelmatig geluid, één noot om de 2 à 3 seconden.
Hij laat soms alarmkreten "wupp" horen.
Hoe ik me gedraag
De ransuil is een nachtelijke roofvogel die bij schemering en 's nachts jaagt.
Hij is meestal solitair, maar als de winter streng is, verzamelen ze zich in slaapplaatsen.
Overdag zit hij rechtop en onbeweeglijk, dicht bij de slaapplaats.
Als hij alert is, richt hij zijn twee grote oorpluimen op. Als hij zich op zijn gemak voelt, blijven deze plat liggen.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de ransuil loopt van maart tot augustus.
Hij legt 1 legsel per jaar van 3 tot 6 witte eieren.
Hij nestelt in bomen.
Zijn nest is vaak een oud nest van kraaien, roofvogels of zelfs eekhoorns...
Wat ik eet
De ransuil eet voornamelijk woelmuizen...
die hij jaagt in velden, weiden en moerassen, waar de vegetatie laag is.
Hij is in staat om zeer subtiele geluiden waar te nemen en zijn prooien van grote afstand te lokaliseren, zoals een woelmuis die door de bladeren gaat of piept.
Hij voedt zich soms met mussen, vinken, kevers.
Waar je me kunt vinden
De ransuil leeft in lichte bossen, beboste gebieden en soms in parken van steden en dorpen.
Het is een standvogel en soms een korte afstandstrekker.
Buiten het broedseizoen kan hij in de tuin komen slapen in coniferen...