Putter herkennen
Hoe ik eruitzie
De Putter heeft een zwarte en witte kop met een rood gezicht.
Zijn snavel is kegelvormig en licht van kleur.
De bovenzijde van zijn lichaam is bruin.
De onderzijde is wit en beige.
Zijn vleugels zijn zwart met een gele vleugelstreep.
De staart is zwart en wit en gevorkt.
Het vrouwtje heeft een rood masker dat niet voorbij het oog reikt, het zwart is vervangen door een grijsbruine kleur, zij heeft 2 tot 4 witte vlekken op de staart terwijl het mannetje er 6 heeft.
De juvenielen hebben een grijsbruine kop.
Hij is ongeveer zo groot als een mus.
Mijn zang, mijn roepen
Je herkent de Putter aan zijn typische roep "didelit" of "tslit", een beetje als een kleine bel.
Hij kan ook alarmsignalen "wèèii" uitstoten.
of "tschrrr" vaak bij confrontaties met soortgenoten.
Je hoort hier verschillende geluiden: "didelit" "wèii" "tschrrr" gevolgd door een herhaalde reeks "didelit".
Zijn zang is een mengeling van typische roepen "didelitt", gekwetter en trillers. Hier hoor je eerst een herhaalde reeks van "didelit" "tsilit" gevolgd door een mengeling van gekwetter en trillers.
Hoe ik me gedraag
Hij klimt op de stelen van distels om bij de zaden te komen.
Hij gaat direct op stabiele planten zitten zoals zonnebloemen.
Het is pas nadat hij alle zaden heeft verzameld dat hij van plant verandert.
Het is een zeer sociaal vogeltje. Hij leeft vaak in groepen buiten het broedseizoen.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Putter loopt van april tot september.
Hij legt 2 legsels per jaar van 4 tot 6 lichtblauwe tot groenzachtige eieren, gevlekt met rood.
Hij nestelt in bomen en struiken, in een vork, niet ver van het uiteinde van de tak.
Zijn nest is een kom van verschillende plantaardige materialen (mos, bladeren, stengels, wortels...)
Wat ik eet
De Putter voedt zich voornamelijk met zaden van kruidachtige planten en bomen (berken, elzen, dennen...)
Als kruidachtige planten heeft hij een bijzondere voorkeur voor distel- en zonnebloempitten.
In de winter komt hij naar de voederplaats, aangetrokken door de zaden.
Waar je me kunt vinden
Je vindt de Putter in open loof- of gemengde bossen, in weiden en braakliggende terreinen rijk aan zaden en distels, langs wegen, in tuinen.
Het is een standvogel of een korteafstandstrekker.
Vanaf augustus verzamelen de putters zich in groepen en trekken ze naar open gebieden (weiden rijk aan distels).
Aan het einde van de zomer kun je hem naar de tuin lokken met distels en zonnebloemen.
Het slachtoffer van zijn bonte verenkleed en zijn zang, werd de Putter gebruikt als sierogel. In Frankrijk is het tegenwoordig verboden hem te vangen.