Orpheusspotvogel herkennen
Hoe ik eruitzie
De Orpheusspotvogel heeft een bruin-beige verenkleed.
De bovenzijde van zijn lichaam is bruin-groenachtig.
De onderzijde is lichtgeel.
Hij heeft een lichte en stevige snavel met een lichte wenkbrauwstreep.
Hij is zo groot als een mus.
Mijn zang, mijn roepen
De Orpheusspotvogel heeft een levendige, snelle en fluitende zang.
Hij maakt ratelende geluiden "trr" en "tchrr" of "tchet".
Hij imiteert soms andere vogels.
Hoe ik me gedraag
Je ziet hem soms zittend op een tak terwijl hij zingt met de veren van zijn kruin rechtop.
Hij is vaak moeilijk te zien omdat hij vaak verborgen zit in struikgewas.
Je merkt zijn aanwezigheid meer aan zijn zang dan aan zijn camouflageveren.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Orpheusspotvogel loopt van mei tot augustus.
Hij legt 1 tot 2 legsels per jaar van 3 tot 5 roze eieren met donkere vlekken.
Zijn nest is een kom van stengels en wortels in de struiken dicht bij de grond.
Hij bouwt zijn nest boven de grond.
Wat ik eet
De Orpheusspotvogel vangt insecten in struikgewas en takken.
Waar je me kunt vinden
De Orpheusspotvogel leeft in open gebieden, die meestal droog zijn, met een dichte vegetatie op de grond.
Je vindt hem ook in parken en tuinen met gespreide bomen.
Hij is een langeafstandstrekker.