Nachtegaal herkennen
Hoe ik eruitzie
De Nachtegaal heeft een lichtbruine kop, zwarte ogen met een lichte oogring.
De bovenkant van het lichaam van de Nachtegaal is lichtbruin.
Zijn staart is roodbruin.
De onderkant van zijn lichaam is beige.
Mijn zang, mijn roepen
Het mannetje begint te zingen tijdens zijn migratie naar zijn broedgebied.
Bij aankomst zingt hij intens om het vrouwtje aan te trekken. Men hoort hem op meer dan een kilometer afstand.
In de schemering hoor je de zangduels van de mannetjes tot laat in de nacht.
Zodra hij een vrouwtje heeft gevonden, zingt hij alleen nog om zijn territorium te verdedigen.
Zijn zang is melodieus en complex met lange, gevarieerde en soms fluitende trillers. Het is onvoorspelbaar en virtuoos!
Hij produceert verschillende geluiden: fluitende "huit" en krassende "grrouik".
Hoe ik me gedraag
De Nachtegaal valt moeilijk op omdat hij discreet in de struiken leeft.
Men merkt hem eerder op door zijn zang.
Hoe ik me voortplant
Het vrouwtje kiest het mannetje op basis van zijn vocale prestaties tijdens de zangduels.
De broedperiode van de Nachtegaal loopt van mei tot juli.
Hij produceert 1 broedsel per jaar van 4 tot 6 effen olijfgroene of donkerbruine eieren.
Het nest is een kom van takjes en bladeren.
De Nachtegaal bouwt zijn nest onder de struiken, in het struikgewas.
Wat ik eet
De Nachtegaal voedt zich met bessen, spinnen of kleine insecten en larven.
Waar je me kunt vinden
De Nachtegaal leeft in het bos, bij voorkeur dicht bij water.
Je vindt hem ook in parken en tuinen.
De Nachtegaal is een langeafstandstrekker. In september migreert hij naar Sub-Saharisch Afrika.