Kauw herkennen
Hoe ik eruitzie
De Kauw lijkt op de Zwarte Kraai en de Roek, maar hij is veel kleiner en ronder.
Hij heeft een zwart verenkleed.
Zijn nek en de achterkant van zijn hoofd zijn grijs.
Hij heeft lichte blauwe ogen.
Zijn snavel is vrij kort.
Mijn zang, mijn roepen
De Kauw heeft een helderdere roep dan de Zwarte Kraai of de Roek.
Hij herhaalt vaak korte, luide kraaigeluiden: "kia" "kièrrrrr".
Hoe ik me gedraag
De Kauw is zeer sociaal. Hij leeft in paren of in groepen.
Hij wordt vaak gezien in gezelschap van andere kraaiachtigen.
Hij is vaak op zoek naar voedsel in de velden en afvalplaatsen, soms in gezelschap van raven.
Hij komt naar de tuin om het compost te doorzoeken en naar de voederplaats te komen.
Zijn vlucht is acrobatisch met snellere vleugelslagen dan de kraai en de raaf.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Kauw loopt van april tot juli.
Hij legt 1 legsel per jaar van 3 tot 6 lichtblauwe eieren met bruine vlekken.
Hij nestelt op verschillende plaatsen: in kliffen, bomen, gebouwen en nestkasten...
en zelfs in klokkentorens, ruïnes en kastelen.
Zijn nest is een verzameling twijgen en gras in holtes.
De koppels, die voor het leven samenblijven, nestelen alleen of in kolonies, afhankelijk van het aantal beschikbare holtes.
Tijdens de balts laat het vrouwtje haar vleugels en staart trillen, zet haar veren op en vouwt haar snavel naar haar borst.
De twee partners wisselen regelmatig liefkozingen en voedselgeschenken uit.
Wat ik eet
De Kauw is alleseter.
Hij voedt zich met vruchten, zaden, granen...
slakken, insecten, knaagdieren...
en soms afval.
Waar je me kunt vinden
De Kauw leeft in verschillende omgevingen rondom steden en dorpen: in parken en tuinen...
in kerken en ruïnes...
en in open ruimtes.
Het is een standvogel of een migrerende vogel over gemiddelde afstanden.