Heggenmus herkennen
Hoe ik eruitzie
De Heggenmus heeft een grijs-blauwe kop en borst.
De bovenkant van het lichaam en de vleugels van de Heggenmus zijn bruin-rood met zwarte markeringen.
Hij heeft een dunne, zwarte snavel.
Hij kan verward worden met de Huismus, maar hij is slanker en zijn snavel is fijner.
De juveniel heeft heel weinig grijs in zijn verenkleed en zijn borst is gestreept met bruin.
Mijn zang, mijn roepen
De Heggenmus is een van de eersten die weer begint te zingen vanaf eind februari.
Men hoort soms zijn getjilp bovenin de struiken.
Zijn alarmsignaal "tsip" is een scherpe fluittoon.
Hij maakt zuivere, hoge geluiden als hij vliegt. "dididi".
Zijn zang heeft een helderder timbre. Het is een hoge en snelle tjilp, energiek en niet krachtig.
Hoe ik me gedraag
De Heggenmus gaat vaak onopgemerkt voorbij. Men kan hem voor een grijze muis onder de struiken aanzien.
Men merkt zijn aanwezigheid eerder op door zijn scherpe en melodieuze zang.
Als je hem ziet, hipt hij vaak onder de struiken op zoek naar voedsel.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Heggenmus loopt van april tot augustus.
Hij produceert 2 broedsels per jaar van 3 tot 6 eieren.
Zijn nest is gemaakt van takjes, mos en korstmos, en vormt een kleine kom.
De Heggenmus nestelt in de struiken dicht bij de grond.
Wat ik eet
De Heggenmus eet insecten en zaden.
Zijn fijne snavel stelt hem in staat gemakkelijk insecten te eten.
Hij hipt op de grond, onder de struiken op zoek naar voedsel.
In de winter komt deze onopvallende vogel soms uit de struiken om de voederplaatsen te benaderen.
Hij komt schuw de kleine zaden van de voederplaats op de grond pikken.
Waar je me kunt vinden
De Heggenmus leeft in naald- en gemengde bossen en in dichte parken en tuinen.
De Heggenmus is aangepast aan de bergen. Hij kan in hooggelegen gebieden leven om te profiteren van de dennenbossen.
In de tuin nestelt de Heggenmus graag in dichte heggen en struikgewas.
Het is een standvogel en soms een korteafstandstrekker.
Sommige heggenmussen brengen de winter op dezelfde plek door, anderen trekken naar warmere gebieden.