Geelgors herkennen
Hoe ik eruitzie
De Geelgors heeft een citroengele kop.
De bovenzijde van zijn lichaam is bruin gestreept.
De onderzijde is geel met bruine strepen.
Hij heeft een kaneelkleurig stuitje, goed zichtbaar in vlucht.
Het vrouwtje en de juvenielen zijn veel minder geel en meer gevlekt.
Mijn zang, mijn roepen
De Geelgors heeft een typische metalen "tsic" roep.
Zijn zang is een beetje metalen en melancholisch.
Het bestaat uit een reeks identieke korte noten eindigend met een slepend geluid. "tsi-tsi-tsi-tsi-tsih dih douh".
Volgens de legende zou Beethoven geïnspireerd zijn door zijn zang voor zijn 5e symfonie.
Je hoort zijn zang vanaf februari.
Hoe ik me gedraag
De Geelgors beweegt zich in de winter in kleine groepjes.
Hij zoekt zijn voedsel op de grond.
Je kunt vaak geelgorzen zien in geoogste velden op zoek naar zaden.
Hij kan samen zijn met vinken en mussen.
In de tuin kun je hem betrappen terwijl hij op een hoge post zingt...
of zaden onder de voederplaats oppikt.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Geelgors loopt van april tot september.
Hij legt 2 legsels per jaar van 3 tot 5 wit-grijze eieren, gevlekt met bruin.
Hij nestelt op de grond of dicht bij de grond in de struiken.
Zijn nest is een kom van gras en takjes.
Wat ik eet
De Geelgors eet voornamelijk zaden.
De jongen worden gevoed met insecten en larven.
Waar je me kunt vinden
De Geelgors leeft in landbouwgebieden met heggen en struiken, in velden, boomgaarden en aan de bosranden.
Je vindt hem ook in de tuinen.
Het is een standvogel of een korteafstandstrekker.