Bosuil herkennen
Hoe ik eruitzie
De bosuil is een beetje groter dan de ransuil.
Ze heeft een grote ronde kop zonder oorpluimen, een gezichtssluier en twee grote zwarte ogen, en een gehaakte snavel.
Haar verenkleed is zeer gevlekt met tinten van bruin, beige, grijs...
vaak een perfect camouflage!
Er zijn variaties in haar verenkleed...
het kan eerder roodbruin zijn...
of bruingrijs.
Mijn zang, mijn roepen
In de herfst en lente kun je de bosuil horen wanneer de mannetjes hun territorium afbakenen.
Haar roep is een oehoe-geluid dat beverig lijkt: eerst een korte "hoûu" gevolgd door een stilte en daarna een beverige "ou-hoû-ou".
Son chant lui a donné son autre nom de "chat-huant"
Het vrouwtje laat een scherpe kreet "kou-witt" horen.
Hoe ik me gedraag
De bosuil is een nachtelijke roofvogel die jaagt vanaf een uitkijkpost.
Ze is vooral 's nachts actief vanaf de schemering.
Ze gebruikt voornamelijk haar zeer ontwikkelde gehoor om haar prooien te lokaliseren.
Overdag dut ze bij de ingang van een boomholte.
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de bosuil loopt van februari tot augustus.
Ze legt 1 legsel per jaar van 3 tot 6 witte eieren.
Ze nestelt in de grote holtes van oude loofbomen, in gebouwen en nestkasten.
Haar nest is vaak bekleed met verschillende materialen: hout, zand, hooi, wol...
Wat ik eet
De bosuil eet knaagdieren, vleermuizen...
maar ook vissen, kikkers, vogels...
Ze slikt haar prooien in hun geheel door.
Zoals andere roofvogels spuugt ze braakballen uit die de onverteerbare delen van haar prooien bevatten (botten, haren, veren...).
Waar je me kunt vinden
De bosuil leeft in lichte bossen met grote bomen, dicht bij bosjes en open plekken.
Je vindt haar vaak in begraafplaatsen, parken en tuinen.
Het is een standvogel.