Boomkruiper herkennen
Hoe ik eruitzie
De Boomkruiper heeft een lange, dunne en gebogen snavel.
Hij heeft witte wenkbrauwen.
Zijn verenkleed is schorskleurig.
De bovenkant van zijn lichaam is bruin met lichte vlekken.
De onderkant is witachtig.
Hij heeft een lange steunstaart...
korte voorste klauwen en lange achterste klauwen om zich beter vast te houden.
Mijn zang, mijn roepen
De zang van de Boomkruiper is een kort en snel ritme van scherpe en krachtige geluiden.
Zijn roep is krachtig "tit" of "tit tit tit" of "sriii".
Je kunt de Boomkruiper onderscheiden van de Bossluiper aan hun verschillende zang.
Hier, een zang van de Boomkruiper...
en hier, de zang van de Bossluiper met langere strofen en dalende reeksen van hoge tonen.
Hoe ik me gedraag
De Boomkruiper beklimt de stammen op zoek naar voedsel.
Hij beweegt zich spiraalvormig, in kleine sprongen naar boven en vliegt dan naar de voet van een andere boom en begint opnieuw.
Hij is weinig sociaal, maar in de winter kun je ze zien samenkomen in slaapplaatsen om zich warm te houden!
Hoe ik me voortplant
De broedperiode van de Boomkruiper loopt van maart tot juli.
Hij produceert 1 tot 2 broedsels per jaar van 5 tot 6 wit met bruin gevlekte eieren.
Hij nestelt in de spleten van bomen en nestkasten.
Zijn nest is bekleed met takjes, spinnenwebben, schors en naalden.
Wat ik eet
De Boomkruiper jaagt op insecten en spinnen in de spleten van bomen.
Hij kan zijn voedsel onder de schors opslaan om de winter door te komen.
Waar je me kunt vinden
De Boomkruiper leeft in lichte loof- of gemengde bossen en parken en tuinen.
In Europa vind je ook de Bossluiper die erop lijkt maar vooral leeft in dichte naaldbossen.
Het is een standvogel.