Waterhoen herkennen
Zijn wetenschappelijke naam is 'Gallinula chloropus', van de familie Rallidae (orde Gruiformes)
Hoe ik eruitzie
Het Waterhoen is van gemiddelde grootte, iets kleiner dan de Meerkoet.
Zij heeft een donker leigrijze kop en romp met een bruine zone op de bovenkant.
Er is een laterale lijn van enkele witte veren die deze twee donkere tinten begrenst.
Haar snavel is rood met een gele punt en een rood voorhoofdsschild.
Zij heeft rode ogen.
Haar staart is vrij lang met een witte onderkant en een zwarte middenstreep.
Haar poten zijn groenachtig, niet gevliesd, met lange tenen, waardoor ze over drijvende vegetatie kan lopen.
Mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar, maar het mannetje is iets groter.
De juvenielen zijn grijsbruin met een wittige kin en keel...
Zij hebben ook een donkere snavel, ogen en poten.
Mijn zang, mijn roepen
Het Waterhoen heeft een gevarieerd roepgeluid.
De meest voorkomende roep is een korte, scherpe en borrelende "kyourrrl" die de aanwezigheid van de vogel in het riet verraadt.
Vaak 's nachts, in vlucht, herhaalt zij een drielettergrepige roep "krèk-krèk-krèk".
Haar alarmroep is scherp, luid en doordringend. "kurk" "kirek" "kièk". Men hoort haar vluchten over het water.
In vlucht en 's nachts in de lente, zijn er gegorgelgeluiden te horen.
Hoe ik me gedraag
Het Waterhoen is zeer schuw.
Zij leeft verscholen, maar is gemakkelijk te zien in het hoge gras langs het water.
Bij het lopen heft en knikt zij met haar staart.
Als zij zwemt, knikt zij met haar kop.
Zij kan vijfenveertig seconden duiken, maar is een minder goede duiker dan de Meerkoet.
Zij rent over het water om op te stijgen en beweegt zich in de lucht recht, snel en krachtig.
Hoe ik me voortplant
Het Waterhoen bouwt haar nest in de dichte vegetatie.
Haar nest is mandvormig met soms een plantenbedekking om zich te verbergen.
Zij legt 2 tot 3 keer per jaar 5 tot 8 eieren.
Tijdens de balts biedt het mannetje waterplantstengels aan het vrouwtje aan en spreidt hij zijn staart om zijn witte onderstaartveren te laten zien.
Soms vinden er tijdens de voortplanting hevige gevechten tussen mannetjes plaats.
De kuikens lijken op die van de Meerkoet, ze zijn zwart met een rode snavel, maar zonder kraag.
Wat ik eet
Het Waterhoen is alleseter.
Zij pikt aan de vegetatie op het wateroppervlak.
Zij duikt soms met haar kop om de weekdieren en zaden onder de bladeren te eten.
Zij kan ook dieper duiken om wortels, zaden en waterplanten te zoeken.
Zij eet ook insecten, regenwormen, kikkervisjes en soms kleine vissen.
Zij zoekt ook vaak voedsel op de grond.
Waar je me kunt vinden
Het Waterhoen is een algemene soort die voorkomt op kleine meren, vijvers, poelen, en waterlopen met dichte vegetatie.
In Frankrijk en West-Europa is zij standvogel.
De populaties in het noorden en oosten van Europa zijn trekvogels en trekken naar het westen en zuiden om te overwinteren.
Het Waterhoen kan ongeveer 15 jaar oud worden.