Dodaars herkennen
Zijn wetenschappelijke naam is 'Tachybaptus ruficollis', van de familie Podicipedidae (orde Podicipediformes)
Hoe ik eruitzie
De dodaars is de kleinste van de futen. Hij is twee keer zo klein als de fuut.
Hij heeft een ronde kop, een korte nek, een rond lichaam en een donsachtig achterlijf.
Hij heeft een zwarte kruin, een heel kleine snavel en de kleur van zijn wangen varieert afhankelijk van het seizoen.
In broedkleed zijn de wangen en de voorkant van de nek kastanjebruin, de snavel is donker met een duidelijke lichte snavelbasis die van ver zichtbaar is.
In winterkleed zijn de wangen en de voorkant van de nek beige, de snavel is licht en de flanken zijn ook lichter.
Het verenkleed van de juveniel lijkt op het winterkleed, maar hij is te herkennen aan de twee donkere strepen op de wang.
Mijn zang, mijn roepen
De dodaars maakt verschillende hoge geluiden. "biip" en "bii-ib" "bit" die kan versnellen tot een triller gevolgd door een "bi bi bi bi".
In broedseizoen maakt hij een soort scherp gehinnik, vaak crescendo en daarna decrescendo.
Hij is stil in de winter.
Hoe ik me gedraag
De dodaars is vrij schuw. Hij is vaak verstopt, maar kan ook in het open water zwemmen.
Hij lijkt te drijven als een kurk met een stomp achterlijf.
Men ziet hem vaak in kleine groepen, soms vermengd met andere soorten.
Hij vliegt heel weinig. Meestal ziet men hem op het water.
Hoe ik me voortplant
Tijdens de voortplanting vestigt de dodaars zich op langzaam stromende wateren waar de vegetatie overvloedig is.
Zijn nest, zoals bij alle futen, is gemaakt van riet en dunne takken, vaak drijvend in de vegetatie.
Van april tot juli legt hij een legsel, maar kan in augustus een vervangend legsel hebben.
Men ziet vaak de jongen schuilen op de rug van de ouders tijdens hun uitstapjes.
Wat ik eet
De dodaars is minder viseter dan andere futen. Daarom vestigt hij zich op kleinere wateren.
Hij vindt daar larven, insecten en aquatische ongewervelden (weekdieren, kreeftachtigen).
Hij duikt heel vaak tijdens het zoeken naar zijn prooien.
Waar je me kunt vinden
Men vindt de dodaars op vijvers en poelen waar de vegetatie dicht is; soms in sloten.
Hij is standvogel in West- en Zuid-Europa en in Noord-Afrika.
De populaties in het oosten en een beetje in het noorden zijn trekvogels en overwinteren aan beschutte kusten, estuaria en meren, meer naar het zuiden.
De verspreiding van de dodaars lijkt op die van de fuut in Europa, maar deze laatste breidt zich verder uit naar het oosten en noorden in de zomer.
De dodaars kan ongeveer dertien jaar oud worden.