Blauwe Reiger herkennen
Zijn wetenschappelijke naam is 'Ardea cinerea', van de familie van Ardeidae (orde Pelecaniformes).
Hoe ik eruitzie
De Blauwe Reiger heeft het silhouet van een grote steltloper met zijn lange nek en lange poten.
Het is een zeer grote vogel. Hij is ongeveer 1 m groot, iets kleiner dan een ooievaar.
De spanwijdte van zijn vleugels kan oplopen tot bijna 2 m.
De bovenkant van het lichaam is grijs.
De onderkant is witachtig met een zwart gestreepte nek.
De vleugels zijn grijs met zwarte vluchtveren en twee kleine lichte vlekken op de hoek.
De zwarte vluchtveren en lichte vlekken zijn goed zichtbaar in de vlucht.
Hij heeft een witte voorhoofd en wangen, een zwarte streep die van het oog tot het uiteinde van de kuif loopt.
Zijn snavel is sterk en heeft de vorm van een dolk.
Het is geelgrijs...
maar wordt oranje in de voortplantingstijd.
In broedkleed wordt de zwarte kuif langer en verschijnen er sierveren aan de onderkant van de nek en bij de schouderveren.
Zijn poten worden ook geler.
Het mannetje heeft helderdere kleuren dan het vrouwtje in de voortplantingstijd.
De juvenielen zijn doffer. Ze hebben een grijs voorhoofd en grijze kruin met een donkere bovenkant van de snavel en donkere poten.
Mijn zang, mijn roepen
De Blauwe Reiger maakt harde krassende geluiden, vaak 's avonds of 's nachts in vlucht.
Zijn roep in vlucht lijkt op een schor en scherp gekras "krèik".
In de voortplantingstijd voegt hij er andere geluiden en snavelklapperen aan toe.
De jongen in het nest die om voedsel vragen, maken de hele dag geluid.
Hoe ik me gedraag
Je ziet hem vaak met de nek ingetrokken, in rust...
of in vlucht om zijn lichaamsgewicht in balans te houden.
Hij vliegt soms hoog in de lucht, zijn lange poten uitgestrekt en maakt langzame vleugelslagen.
Deze zijn gebogen en geven hem soms een gebogen uiterlijk.
Men merkt hem op als hij stil staat als een standbeeld of langzaam loopt in ondiep water...
Hoe ik me voortplant
De Blauwe Reiger plant zich voort van februari tot juli.
Hij broedt in kolonies in een "reigerkolonie".
Hij vestigt zich in bossen en bosjes nabij moerasgebieden.
Zijn nest is gemaakt van takjes, in toppen van bomen...
of van takjes en riet op een platform van droge stengels in rietvelden.
Hij legt één legsel/jaar (soms 2).
De jongen worden gevoed met vissen.
Hele jonge vogels eten uit de snavel van de ouders.
Grotere jongen eten uit het nest nadat de ouders de prooien hebben uitgebraakt (wat een varkensachtig geluid maakt).
Wat ik eet
De Blauwe Reiger voedt zich vooral met vissen, maar ook met knaagdieren en andere landprooien.
Hij jaagt in hinderlaag aan de rand van het water...
...of in een veld op knaagdieren...
Zodra hij een prooi ziet, schiet hij zijn nek krachtig uit, en vangt of spiest hij de prooi als deze groot genoeg is, met zijn dolkvormige snavel. (vissen, woelmuizen)
Hij kan graten verteren, maar niet de vacht van knaagdieren die hij uitbraakt in braakballen.
Waar je me kunt vinden
Men vindt hem langs ondiepe waterlopen, meren...
weiden en sloten...
en in velden en weilanden (vooral 's winters om op knaagdieren te jagen).
Hij is standvogel en soms gedeeltelijk trekvogel.
Hij is het hele jaar door aanwezig in West-Europa.
In Oost- en Noord-Europa heeft hij een zomerse aanwezigheid.
In de winter trekken sommige populaties naar het zuiden van Europa en rond het Middellandse Zeegebied.
Hij kan tot 25 jaar oud worden.