Blauwborst herkennen
Zijn wetenschappelijke naam is 'Luscinia svecica', van de familie Muscicapidae (orde Passeriformes)
Hoe ik eruitzie
De Blauwborst is even groot als de Roodborst.
Zij is vrij slank met lange, dunne poten.
Zij is gemakkelijk te herkennen aan de blauwe kleur van haar keel en borst en aan haar duidelijke lichte wenkbrauwstreep.
In vlucht, of wanneer haar staart omhoog is, zie je het roodachtige verenkleed aan de basis van de staart.
Het mannetje in broedkleed heeft een grote blauwe keelvlek omzoomd met een zwarte en roestkleurige band aan de onderkant.
Bij de ondersoorten in Noord-Europa zie je een roestkleurige vlek ("roestige spiegel") in het blauw van de keel.
In Midden- en Zuid-Europa zie je een witte vlek ("witte spiegel")…
of geen vlek.
In de herfst wordt een deel van het blauwe verenkleed wit-geelachtig.
Het vrouwtje heeft een boog van zwarte patronen op de keel en een wit-grijze borst.
Zonder de kenmerkende blauwe kleur zijn de vrouwtjes moeilijker te herkennen.
Soms lijken oudere vrouwtjes op mannetjes, omdat ze een beetje blauw, zwart en roestkleurig zijn.
De juvenielen zijn gevlekt zoals de juvenielen van de Roodborst...
en hebben roestkleurige patronen op de staart.
Mijn zang, mijn roepen
Het contactgeluid van de Blauwborst is een droge, harde en herhaalde "trak".
Haar zang is hard en gevarieerd met veel imitaties en improvisaties. Je hoort metalen geluiden, muzikale klanken, trillers en fluittonen.
Soms hoor je imitaties van de Zwarte Roodstaart met zijn "huit" roep en het geluid van verfrommeld papier.
Hoe ik me gedraag
De Blauwborst wordt vaak gezongen waargenomen in de bomen.
Haar vlucht is rechtlijnig en snel. Je kunt gemakkelijk de roestkleurige staart zien.
Zij kan een tijdje rechtop en onbeweeglijk blijven in de vegetatie.
Hoe ik me voortplant
De Blauwborst legt 2 legsels per jaar van 5 tot 6 eieren.
Het vrouwtje bouwt een komvormig nest met droge grassen, bladeren, mos en schors.
Haar nest is gemaakt in een graspol of een struik dicht bij de grond.
Tijdens de balts zingt het mannetje vaak en maakt baltsvluchten, waarbij hij het roestkleurige verenkleed van de staart toont.
Rond het begin van de eierlegging blijft het mannetje binnen een meter van het vrouwtje om te voorkomen dat andere mannetjes haar wegnemen, en volgt haar als ze het nest verlaat.
Wat ik eet
De Blauwborst is insectivoor.
Zij eet ook larven en bessen.
Om voedsel te zoeken blijft zij in de lage vegetatie.
Zij keert bladeren om en loopt over de grond als een muis om insecten te vinden.
Zij kan haar prooien ook in vlucht vangen.
Waar je me kunt vinden
De Blauwborst komt voor in de wilgenbossen in Noord-Europa.
In Zuid- en Midden-Europa komt zij voor in moerasgebieden, moerassen en langs waterlopen omgeven door struiken en elzen.
Van maart tot september brengt zij de mooie tijd door in Europa.
Zij overwintert in Noordoost-Afrika of West-India.
De Blauwborst kan ongeveer 8 jaar oud worden.